Herstorisch rolmodel: Jane Austen, eigenzinnig schrijfster

Ze is het meest bekend door de verfilming van ‘Pride en Prejudice’ (‘Trots en vooroordeel’) en ‘Sense and sensibility’, doch achter de schijnbare idyllische en romantische verhalen geschreven door Jane Austen schuilt een eigen-zin-nige vrouw die een eigen-wijze keuze maakte in een wereld die het pad voor vrouwen al had uitgestippeld…

Herstorische achtergrond

Austen (1775-1817) werd geboren in een welgestelde familie en had een passie voor lezen en schrijven. Vanaf haar tienertijd begon ze te schrijven. Tussen 1811 en 1816 schreef ze vier werken: ‘Emma‘, ‘Sense and sensibility‘, ‘Mansfield Park‘ en ‘Pride and prejudice‘. Hiermee behaalde ze groot succes, zij het onder anoniem auteurschap. Jane kon rekenen op de steun van haar familie: vooral met haar zus Cassandra, tevens een uitstekend schilderes, had ze een sterke band.

Jane_Austen_coloured_version

Jane Austen, naar een portret geschilderd door haar zus Cassandra.

Janes laatste twee romans werden kort na haar overlijden gepubliceerd, nl. ‘Northanger Abbey‘ en ‘Persuasion‘. In schrijfstijl was Jane een vernieuwer: ze gebruikte de indirecte rede, getuigt van realisme in haar woorden en levert commentaar op de sociale constructies die haar omringden. Het huwelijk als brenger van sociale status en economische veiligheid voor de vrouw werd door Jane Austen komisch tot ironisch op de korrel genomen. Ze bestudeerde haar eigen milieu grondig en kon er tegelijkertijd deel van uitmaken: een houding die we nu ‘participerende observatie’ zouden noemen. Eén van haar zes broers, Henry, zorgde via zijn connecties voor de uitgave van haar werken.

seven_novels1

Recente, prachtige uitgave van haar bekendste werken.

Jane, alsook haar zus, gingen hun eigen weg en kozen niet voor het ‘veilige’ huwelijk*, grondig beseffende dat dat het einde van hun creatieve leven zou betekenen. Vanaf het moment dat haar werk vlot over de toonbank ging, koos Jane voor een meer teruggetrokken leven.

Emmajaneausten

Austen vandaag

Jane Austen behoort tot hét literaire Britse canon en haar boeken verkopen als zoete broodjes. Toch, net als bij vele andere herstorische vrouwen van formaat, werd haar erfgoed niet erkend op brede schaal in Engeland. Caroline Criado-Perez bracht daar verandering in: samen met een aantal andere vrouwen protesteerde ze tegen het feit dat op de achterkant van de Britse ponden geen markante vrouw voorkomt in vergelijking met het overaanbod aan mannen – dit met uitzondering van de Queen op de voorkant van de biljetten. De actiegroep haalde, door gebruik van sociale media, een petitie en ondanks een eerste felle tegenkanting van de bank van Engeland, succes: vanaf 2017 zal Jane Austen prijken op de achterkant van de briefjes van vijf pond.

British £10 banknote showing Jane Austen

Het toekomstige 10 pondbriefje met Jane Austen portret, Jane al schrijvend en de woorden van één van haar personages die ook refereren naar haar liefde voor boeken.

Janes liefdesleven staat bij tijden meer in de belangstelling dan haar schrijftalent. Uit de overgebleven correspondentie met haar zus Cassandra kunnen we afleiden dat ze belang hechtte aan het contact met Thomas Lefroy. Of de verschillen in sociale status of eerder de familiale plannen al dan niet tussenbeide kwamen, bestaat bij gebrek aan bewijzen, veel discussie. In ‘Becoming Jane’ komt zowel de waarheidsgetrouwe, vrijgevochten Austen aan bod alsook een geromantiseerde versie van haar ontmoetingen met Lefroy.

Jane Austen was een literair fenomeen die dankzij haar pen en de steun van haar familie ontsnapte aan de sociale druk en verwachtingen van de maatschappij en ons een onverhulde blik in de (adellijke) tijdsgeest van toen toont.

© Debby Van Linden
* Jane verloofde zich, doch brak deze snel erna af.

Bronnen:

Artikel: ‘How social media helped me to get Jane Austen on the ten pound notes’, 11 april 2015, The Gardian.

Tomalin, C. Jane Austen, a life. Vintage books, 1999.

Advertisements

De patriarchale mist rondom Maria Magdalena

‘Het is me duidelijk dat je dwars doorheen de onzin en vijandigheid die het denken en schrijven over Maria Magdalena kenmerkt, heen moet ploegen om een paar beelden, scherven en fragmenten te vinden die in de troep glinsterend oplichten.’

Mary Gordon

Ze is dé vrouw die doorheen de eeuwen in verschillende hokjes werd gestopt, qua betekenissen en invullingen werd gemanipuleerd en misbruikt: geëtiketteerd als hoer, muze, godin, predikster, mevrouw jezus, boetvaardige zondares,..Sinds de ‘Da Vinci code’ in boek- en filmvorm uitkwam, werd ze daarbovenop tot ‘de graal’, zijnde babymachine, gebombardeerd. Maria Magdalena werd ‘business’: de verkoop van boeken, het toerisme rondom pelgrimstochten in de Franse streken zoals Vézelay,… brachten veel geld in het laatje. Ze is vooral de vrouw die we willen dat ze is… Maar kunnen we een vrouw, en dan specifiek zij, doorheen onze aangeleerde ideeën ook als onafhankelijke entiteit zien? 

In handen van mannen

Paus Gregorius I besliste, niet lang na de benoeming van het christendom als staatsgodsdienst, Maria Magdalena tot boetvaardige hoer te verklaren en te stellen dat jezus bij haar zeven demonen had uitgedreven. Dertien eeuwen later, in 1969, wordt dit etiket op hetzelfde niveau als ‘niet waar’ verklaard. Wie Maria Magdalena dan wél was, wordt niet gezegd: haar identiteit wordt niet prijsgegeven. Ondertussen is het beeld van Maria Magdalena als ‘zondares’ wél in ons collectieve herinnering geplaatst en zien we op schilderijen deze vrouw op haar knieën voor de man, haar patriarchale plaats. In de ‘Da Vinci code’ draait het verhaal om deze vrouw als ‘de graal’: zouden er afstammelingen van jezus bestaan? Deze vraag als leidraad reduceert haar tot ‘mevrouw jezus’, opnieuw een identiteit die gebonden wordt aan een man, opnieuw wordt een vrouw gebruikt om stil te staan bij een man. Blijkbaar zijn het zijn kind(eren) die tellen, niet ‘haar’ en niet ‘hun’ kind(eren)…

mm.jpg

Let’s turn the tables…*

Het verhaal van de schepping waarop de kerk zich baseert vat zich kort samen: de vrouw is verantwoordelijk voor de zonde die we allen dragen, zij wordt als ‘slecht’, ‘minderwaardig’ en ‘schuldig’ gelabeld en dus noodzakelijk ‘onder controle van mannelijk gezag’ geplaatst. Dé ultieme verlosser, in de vorm van een man als autoriteit, duikt echter op en stierf in naam van al onze zonden als mensheid. Hiervoor wordt wél eeuwige dankbaarheid, aanbidding en blindheid naar dogma’s, verhalen in een boek als ‘onaantastbaar’ beschouwende en ‘respect’ naar posities verwacht. Stel dat er geen zonde bestaat? Stel dat de vrouw niet als ‘zondig’ gelabeld wordt? Dan hebben we ook geen ‘verlosser’ nodig, geen instituut dat zich hierop baseert, geen ‘duivels’ en ook geen ‘ketters’, geen absurde constructie van Maria als dienende moeder (ontdaan van alle passie en seksualiteit), en geen beeld van Maria Magdalena als lege huls voor patriarchale opvulling…

Doorheen alle hypotheses die Maria Magdalena in de bijrol houden, plaats ik haar graag in de hoofdrol**, als vrouw met een eigen identiteit. Zij kende het ‘Al’, behield haar eigen naam (waar andere vrouwen in hun naam hun relatie met hun echtgenoot aanduiden), had kennis van gnosis en wijdde jezus in, één van haar trouwe volgelingen. Bij zijn inwijdingsprocessen begeleidde ze hem, was ze noodzakelijk aanwezig: een ritueel avondmaal als voorbode van het sterven van zijn ego, zijn ‘herrijzenis’ als stap naar een nieuwe inwijding,… Zij had kennis van seksualiteit: niet in de beperkte definitie van slechts genitale activiteit, wél van ‘hiëros gamos’, van ‘passie/leven, doodgaan en wederopstaan’: speelsheid, enthousiasme, verbindende en verdiepende stilte, van hartelijkheid, assertiviteit, heilige en kwade woede en verdriet uitende, authenticiteit dragende, … al dan niet met een (seksuele) partner. Samengevat: mens zijnde. Zij was één van de zovele priesteressen van de pré-christelijke samenleving: zij had geen boodschap aan de dualistische en hiërarchische opdeling ‘goede vrouw’ (echtgenote/gelabeld als ‘privé-bezit van man’) versus ‘slechte vrouw’ (prostituée/ gelabeld als ‘publiek bezit’), had haar eigen identiteit waarbij ze deze absurde opsplitsing achter zich liet.

Heb ik het bij het rechte eind? Niet noodzakelijk. Geef ik een nieuwe invulling? Mogelijk. Is dit mijn streven? Wederom ‘mogelijk’. Ik weet wel dat alles wat over vrouwen en hun levens verborgen wordt gehouden in de ‘grote stilte’ van de geschiedenis, wijst op een grote angst voor bewustwording van vrouwen: een vrouw die weigert ‘de Ander’ te zijn…

© Debby Van Linden

* Gebaseerd op Mary Daly’s stellingname dat patriarchale verhalen vaak  omkeringen zijn van het originele.

** Door dit te doen, loop ik grote kans het gedachtegoed  ‘mannenhaatster’, feminazi’, ‘u vind vrouwen beter dan mannen’, e.d. gelabeld te krijgen: invullingen op  basis van een cultureel denken dat een vrouw niet op zichzelf een identiteit kan hebben, enkel mannen hoofdrollen kunnen vervullen en een man onder leiding van een vrouw sowieso hiërarchie betekent met de man als onderdanige.

Bronnen:

Burnstein, D. Geheimen van Maria Magdalena. Servire, Den Haag, 1995.

Daly, M. Voorbij God de vader. De Horstink, Amersfoort, 1983.

Slavenburg, J. Het evangelie van Maria Magdalena. Ankh-Hermes bv, Deventer, 1995.

Van Dijk, D. Maria Magdalena, vrouw naast jezus. Christofoor, 2012.

Van Huffelen, C. Maria Magdalena en de schijn-heiligen. Bet-Huen, 2006.

Gij, vrouw…

Gij, vrouwIk zie u…. een ieniemieniemens…Gij komt ter wereld en de eerste vraag die iedereen de kersverse ouders stelt is: ‘Is het een meisje of een jongen?’. U bent ‘een kind’, maar in deze cultuur weet men niet hoe zich naar ‘een kind’ te gedragen. ‘t Is een meisje.’ en prompt krijgt u de kledij die ‘past’: kleedjes in roze. Vervolgens wordt uw huilen gelabeld als ‘verdrietig’, hetzelfde huilen van uw broer als ‘Hij is boos!’ Gij, gij weet het nog niet, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouw… Ik zie u… een opgroeiend kind… Gij leert de code van ‘een braaf meisje’ te zijn: met uw beentjes toe zitten, weinig plaats innemen, niet teveel willen,… ‘Sais belle.’ beperkt uw bewegingsvrijheid, uw stem en uw toekomstmogelijkheden. Het speelgoed waarmee gij moogt spelen, benadrukt dezelfde idealen. Gij, gij verzet u mogelijk dikwijls en wordt dan ‘lastig’ genoemd. Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouwIk zie u… als jonge meid van 11 jaar: vol vuur, straffe uitspraken en een eigenzinnige, nieuwsgierige blik op de wereld. Gij, gij zijt ongebreideld wild, gedurfd en passievol. En ik, ik deel graag in uw ‘zotte momenten’ en grootste dromen, pijnlijk en hartverscheurend wetende dat ze snel zullen gesnoerd worden… Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouwIk zie u… gij zijt nu een jonge vrouw: uw eerste menstruatie luidt een bikkelharde confrontatie in met een cultuur die uw initiatie tot vrouw-zijn medicaliseert en opsluit in de kast der taboe. Gij leert al snel, dat wat gij ook doet, het nooit ‘goed’ is, dat gij nooit ‘goed’ zijt. Op het vlak van seksualiteit wordt uw lichaam een lustobject, losgetrokken van wie gij zijt. Stelt gij u onderzoekend op naar mannen, krijgt ge ‘slet’ als etiket opgeplakt, gedraagt ge u behoudender dan zijt ge ‘een non’: gevangen in een wereld van dualisme zie ik u spartelen en zoeken naar een eigen identiteit. Het contrast tussen de u vertelde sprookjes en filmvoorbeelden van ‘de prins op het witte paard’ en de toenemende incidenten van seksuele bepoteling, straatintimidatie, misogyne humor en inbreuk op uw lichaam maken u bang en onzeker. Ge leert dat ge enkel begerenswaardig zijt als een man u aantrekkelijk vind en ge merkt snel dat ‘slimme’ vrouwen en vrouwen ‘met een mening’ niet als aantrekkelijk worden gezien – ‘beauty and brains and feeling’ m.a.w. ‘mens-zijn’ mag niet getoond worden om een man te strikken. De ‘girl power’ waarover ge leest, blijkt een dun laagje vernis over een hardnekkige realiteit van schoonheidsidealen en druk om mannen vooral te behagen. Uw adolescentie blijkt het kruispunt van uw persoonlijke en politieke leven te zijn waarbij uw eigenwaarde in elkaar stuikt. Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouwik zie u… studerende, hard studerende met het oog op een beloftevolle toekomst. De ideeën die ge opneemt, handelen over de helft van de mensheid. Ook hier leert gij: ‘de man is de norm, gij zijt de afwijking.’ Maar gij gelooft en zijt hoopvol en denkt: ‘Als ik me bewijs, zullen ze wel anders denken.’ En gij doet nog beter uw best, doch de oorzaak van het gedachtegoed dat uw cultuur vormt, heeft u al aan de kant geschoven als ’emotioneel dus onbekwaam’. En gij zet uw eerste stappen in de werkwereld en ontdekt dat ge minder, veel minder betaald wordt. Dat de ongewenste intimiteiten en misogyne grappen ook hier aanwezig zijn. Dat ge nergens veilig zijt, zelfs niet in uw eigen huis. Dat als ge uw gedacht op tafel legt, ge ‘een bitch’ zijt en als ge zwijgt u op uw evaluatie ‘een tekort aan initiatief en betrokkenheid’ wordt verweten. Ge kunt het weer niet ‘goed’ doen. Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij vrouwIk zie u… bevallen en moeder worden. Uw lichaam gemedicaliseerd, psychisch zijt ge verstoken van informatie en steun i.v.m. de grote initiatierite die ‘moeder worden’ inhoudt. Eénmaal ge hebt leren zwemmen in de woelige zee die deze nieuwe levensrol met zich meebrengt, zwengelt de cultuur elke fout, achterstand of afwijking van uw kind(eren) bikkelhard uw kant tegemoet met ‘Het is de schuld van de moeder!’ Naast uw loodzwaar takenpakket binnen het ideaal van volmaaktheid bent u ook nog eens de zondebok. En weer kunt u niets ‘goed’ doen: volgt u het zelfopofferende Maria-ideaal, dan krijgt u het verwijt ongezond bij uw kind(eren) betrokken te zijn. De gevangenis van ‘de volmaaktheid’ is behangen met onrealistische foto’s van de goede moeder. Combineert u én huishouden én kinderzorg met betaald werk, wordt u een ‘ijskastmoeder’ genoemd die geen tijd voor haar kind(eren) heeft. De psychotherapie zal later uw kind als ‘genezen’ beschouwen als zij/hij u, wederom, van alles wat er mis ging in het leven, de schuld geeft. Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouwIk zie u… bewust kiezen om geen kinderen op wereld te zetten. Gij, gij wordt beschouwd als ‘raar’, ‘egoïstisch’, ‘zielig’ en ‘koud’. Uw keuze, uw identiteitsbepaling wordt gezien als ‘afwijkend’. Gij merkt al snel dat er met weinig mensen over dit taboe kan gesproken worden. Gij leert nogmaals… gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouw… Ik zie u… een andere wending in uw leven zoeken, het cultureel erfgoed induiken. Gij, gij leert al snel History: de geschiedenis van en door mannen, voorgeschoteld als ‘dé geschiedenis’. Mogelijk zoekt ge verder en verneemt ge over uw voormoeders: hoe ingenieus en talentvol ze waren, hoe ze hebben geleden, hoe ze bijna zijn uitgemoord en verbrand, hoe ze hebben gevochten voor alles dat gij nu kunt en hebt: scholing, stemrecht en eigen bezit. Gij, gij leert dat uw voormoeders’ verhalen en persoonlijkheid werden weggemoffeld en uitgebannen uit het collectief onbewuste. Gij, gij werd niet geleerd over deze vrouwen – gij hoorde immers geen identiteitsgevoel en dus ook geen geschiedenis te hebben. En gij ziet nogmaals… gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouw… Ik zie u… oude, wijze bes. Vanwege uw leeftijd en uiterlijk wordt ge tot ‘oude doos’ gebombardeerd. Uw wijsheid en levenservaring, zichtbaar op uw gelaat en in uw zilveren haren, is niet welkom in deze maatschappij. Gij wordt van het TV-scherm gegooid en onmiddellijk vervangen door een jonger model. Gij word geacht te ‘verdwijnen’, u kleurloos te kleden. ‘Nu ge niet langer vruchtbaar zijt, zijt ge niet langer van nut’ luidt de boodschap. De initiatierite die ‘overgang’ noemt, wordt als een zoveelste ‘vrouwenprobleem’ gezien: uw lichaam wordt weer eens gemedicaliseerd, uw psychische nood aan informatie en steun wordt in de kast die ‘taboesfeer’ noemt, opgeborgen achter grendel en slot. Gij, gij zijt tweederangsburger…

Gij, vrouw ik zie u en wens u toe achter het gordijn van het toneel waarop uw leven zich afspeelt te kijken. Achter het doek bevind zich een cultuur die gedijt op vrouwen die geestelijk, lichamelijk en psychisch van elkaar afgescheiden zijn, een cultuur die gedijt op ‘verraad’, ‘verlies’ en ‘scheiding’ van en tussen vrouwen, een cultuur die verdeeldheid tussen vrouwen en onderlinge rivaliteit aanmoedigt, een cultuur die emotionele isolatie in de hand werkt. Ik wens u vervolgens het ontsteken van een heilige woede toe: zo heilig dat we met z’n allen, een ketting van verbondenheid vormende, naar de Wetstraat trekken. Daar, terwijl de economie in elkaar stuikt, kamperen we tot we gelijk loon hebben. Hoe heilig is uw woede?

© Debby Van Linden

Bronnen:

  • alle vrouwen van vandaag en gisteren, die me steunen en zorg bieden: uw woorden, blik, gebaren en vrouwenkracht eer ik graag als bron.
  • Debold, E. Dochters & moeders: over een nieuw en inspirerend verbond. Forum, Amsterdam, 1994.