De Flappers: vrouwen fladderen naar vrijheid in 1920

Emancipatie van de vrouw enkel in de eerste en tweede feministische golf? Geloof het niet: revolutie, klein of groot, is van alle tijden,… maak kennis met ‘De Flappers’, vrouwen die ‘onbeleefd’ waren én hun sporen nalieten op mode- en make-upstijl. Hun verhaal is echter, zoals zo vaak, weinig bekend…

Tijdsperiode

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, rond 1920, breekt in Amerika een periode van verandering aan voor vrouwen: tijdens de oorlog hadden ze én werk én een inkomen én begonnen ze kortere rokken te dragen: deze identiteitsvormende vrijheden gaven ze niet zomaar af. Ze verwierven stemrecht, gingen naar de universiteit, behielden hun werk, namen actief de bestuurdersplaats van de auto in en bouwden een nieuwe levens- en kledingstijl uit: maak kennis met de Flappers…

Levensstijl en klederdracht

Deze vooral jonge vrouwen gingen in tegen de normen van ‘een fatsoenlijke vrouw’:het Victoriaanse model schreef ‘damesgedrag’ en ‘dameskledij’ voor, beter bekend als het patriarchale beeld van de zedige, non-seksuele en in een corset gestoken vrouw met opgestoken lokken die zich van top tot teen bedekt alsook nooit haar mond roert en als grootste droom heeft kinderen op te voeden. De Flappers eigenden zich gebruiken en een uiterlijk toe dat in de ogen van de tijdsgeest ‘ongehoord’, ‘ongezien’ en ‘onbeleefd’ was. Hun kledij toonde hun enkels, onderbenen en knieën, ze rookten, dronken, dansten breed en voluit in jazz-clubs en geneerden zich geen moment hierom. Ze vierden hun seksuele vrijheid door zelf op mannen af te stappen in plaats van ‘tot het huwelijksbed te wachten’*.

women_in_the_1920s_-_flat_rock_org

Flappers: herkenbaar aan hun benentonende rokken, lage heuplijn in hun jurkmodel en de geflapte of helmvormige hoed.

Naast de typische kledingstijl, vanuit de Verenigde Staten overwaaiende naar Europa, hadden deze vrije vrouwen een nieuwe haar-en make-upstijl op poten gezet: een korte bob (klassiek of warrig), zwaar aangezette ogen boven dunne wenkbrauwen en even dunne lippen. De vooroorlogse uitvinding van mascara, rouge en andere make-upprodukten vond een (commerciële) uitweg via hen en beroemde filmactrices zoals Clara Bow, Marie Prevost en Josephine Baker.

claraBow

Actrice Clara Bow in de film ‘Rough Hose Rosie’ (1927) met het typische Flapper-uiterlijk.

De Flappers bouwden een eigen taal uit (met bv.’handcuff’ -‘handboei’- als ‘slang’ voor een verlovingsring) en hadden een eigen tijdschrift: ‘The Flapper’.

Flapper-knees

Scan uit het ‘Flapper’-tijdschrift waarin duidelijk wordt dat mannen problemen hadden met vrouwen die hun knieën toonden.

Coco Chanel integreerde de Flapper-kenmerken in haar kledij en werd beroemd vanwege het op de markt brengen van de ‘chemise’, een losse jurk naar aangepast ontwerp van Madeleine Vionnet, waarin vrouwen stijl en ruimte hadden om in te dansen (de Charleston was toen ‘het van het’).

De kiem en ontwikkeling van het woord ‘Flapper’ blijft gehuld in de mist. Bij het reeds in gebruik zijn van de naam, claimde F. Fox Fitzgerald, man van beroemde schrijfster Zelda Fitzgerald, haar tot ‘eerste, Amerikaanse Flapper’, alweer een man die zich de levensstijl van vrouwen tracht toe te eigenen. De Flappers ‘verdwenen’ door het aanbreken van een nieuwe economische crisis, de Wall Street Crash.

*Dit gedrag werd door de patriarchale bril als ‘prostitutie’ gezien. Het figuurtje ‘Betty Boop’ is op basis van deze mannelijke ‘Flapper’-interpretatie ontworpen.

© Debby Van Linden

Gourley, Kathleen (2007). Flappers and the New American Woman: Perceptions of Women from 1918 Through the 1920s. Twenty-First Century Books, Minneapolis, USA.

Advertisements

Patriarchale oogkleppen en Alzheimer: ‘Voor God en geld’ stelt ten diepste teleur

Kritische reflectie over ‘Voor God en geld’ – Caermersklooster Gent:

De tentoonstelling pretendeert een overzicht te geven van de Middeleeuwse mens tot de periode van de Franse Revolutie, als invloedsbron op het Vlaanderen van vandaag. Het geheel presenteert zich d.m.v. verschillende thema’s zoals ‘religie’, ‘economie’,…

De inhoud en presentatie schieten echter schromelijk en onintelligent tekort: de tentoonstelling schetst een verhaal vanuit een patriarchaal standpunt, zijnde de man als mens en norm en een foutieve en ondoordachte opvatting over feminisme.

  • in het gedeelte over de Middeleeuwse stad en economie gaat het over ‘boerenzonen die naar de stad trokken en een handel opstarten’: op de schilderijen merken we duidelijk vrouwen die handel drijven (koopvrouwen), zowel alleen als met een man aan hun zijde. Hieruit blijkt een tekortschietende tekst/audiogids in vergelijking met de schilderwerken.
  • het religieuze gedeelte spreekt over ‘heiligen’ en haalt Blasius aan, terwijl de audiogids en tekst van het triptiekgedeelte de heilige Catharina, één der ‘topheiligen’ in de Middeleeuwen, negeert. Waarom mocht Catharina, intelligent en wijs, niet aan bod komen?
  • de burger blijkt enkel een man te zijn die ‘zijn zuurverdiende centen spendeert aan de meisjes van plezier’: de helft van de mensheid wordt niet vernoemd
  • de van oorsprong mystieke beweging bij uitstek die in de Middeleeuwen werd neergezet en maar liefst 800 jaar heeft bestaan en heden nog getuigt via de prachtige, UNESCO-erkende hoven, de begijnen, blinken hier in afwezigheid!
  • twee portretten, geschilderd door Pieter Pietersz, geven een man weer die vrouwentaken uitvoert, zijnde o.a. spinnen. De audiogids vertelt me dat dit ‘spotten met mannen’ iets is voor ‘feministen allerhande, verenig u!’ Het opzoekwerk over feminisme schiet hier ernstig tekort: feminisme gaat over (toegang tot) gelijke machtsverdeling en rechten, niet over spot. De tijdsperiode van deze werken kenmerkt zich trouwen door spot van vele zaken en mensen, niet uitsluitend van mannen.
  • Huts, sponsor van deze tentoonstelling, vind in het naaktschilderij van Dame Fortuna (en vinden we er niet veel Venus-elementen in terug?) de tentoonstelling terug: de patriarchale, oneerbiedige toon geeft het startpunt aan. Teleurstellend dat prof. Van Cauteren haar eigen soortgenoten in de Middeleeuwen en deze van ‘nu’ met grandeur in de steek laat.

De mannelijke ‘god en geld’ viert hier hoogtij, net als oppervlakkigheid en patriarchale geschiedenis waarin de vrouw en haar bijdragen ‘vergeten’ worden…

© Debby Van Linden

 

Herstorisch rolmodel: Jane Austen, eigenzinnig schrijfster

Ze is het meest bekend door de verfilming van ‘Pride en Prejudice’ (‘Trots en vooroordeel’) en ‘Sense and sensibility’, doch achter de schijnbare idyllische en romantische verhalen geschreven door Jane Austen schuilt een eigen-zin-nige vrouw die een eigen-wijze keuze maakte in een wereld die het pad voor vrouwen al had uitgestippeld…

Herstorische achtergrond

Austen (1775-1817) werd geboren in een welgestelde familie en had een passie voor lezen en schrijven. Vanaf haar tienertijd begon ze te schrijven. Tussen 1811 en 1816 schreef ze vier werken: ‘Emma‘, ‘Sense and sensibility‘, ‘Mansfield Park‘ en ‘Pride and prejudice‘. Hiermee behaalde ze groot succes, zij het onder anoniem auteurschap. Jane kon rekenen op de steun van haar familie: vooral met haar zus Cassandra, tevens een uitstekend schilderes, had ze een sterke band.

Jane_Austen_coloured_version

Jane Austen, naar een portret geschilderd door haar zus Cassandra.

Janes laatste twee romans werden kort na haar overlijden gepubliceerd, nl. ‘Northanger Abbey‘ en ‘Persuasion‘. In schrijfstijl was Jane een vernieuwer: ze gebruikte de indirecte rede, getuigt van realisme in haar woorden en levert commentaar op de sociale constructies die haar omringden. Het huwelijk als brenger van sociale status en economische veiligheid voor de vrouw werd door Jane Austen komisch tot ironisch op de korrel genomen. Ze bestudeerde haar eigen milieu grondig en kon er tegelijkertijd deel van uitmaken: een houding die we nu ‘participerende observatie’ zouden noemen. Eén van haar zes broers, Henry, zorgde via zijn connecties voor de uitgave van haar werken.

seven_novels1

Recente, prachtige uitgave van haar bekendste werken.

Jane, alsook haar zus, gingen hun eigen weg en kozen niet voor het ‘veilige’ huwelijk*, grondig beseffende dat dat het einde van hun creatieve leven zou betekenen. Vanaf het moment dat haar werk vlot over de toonbank ging, koos Jane voor een meer teruggetrokken leven.

Emmajaneausten

Austen vandaag

Jane Austen behoort tot hét literaire Britse canon en haar boeken verkopen als zoete broodjes. Toch, net als bij vele andere herstorische vrouwen van formaat, werd haar erfgoed niet erkend op brede schaal in Engeland. Caroline Criado-Perez bracht daar verandering in: samen met een aantal andere vrouwen protesteerde ze tegen het feit dat op de achterkant van de Britse ponden geen markante vrouw voorkomt in vergelijking met het overaanbod aan mannen – dit met uitzondering van de Queen op de voorkant van de biljetten. De actiegroep haalde, door gebruik van sociale media, een petitie en ondanks een eerste felle tegenkanting van de bank van Engeland, succes: vanaf 2017 zal Jane Austen prijken op de achterkant van de briefjes van vijf pond.

British £10 banknote showing Jane Austen

Het toekomstige 10 pondbriefje met Jane Austen portret, Jane al schrijvend en de woorden van één van haar personages die ook refereren naar haar liefde voor boeken.

Janes liefdesleven staat bij tijden meer in de belangstelling dan haar schrijftalent. Uit de overgebleven correspondentie met haar zus Cassandra kunnen we afleiden dat ze belang hechtte aan het contact met Thomas Lefroy. Of de verschillen in sociale status of eerder de familiale plannen al dan niet tussenbeide kwamen, bestaat bij gebrek aan bewijzen, veel discussie. In ‘Becoming Jane’ komt zowel de waarheidsgetrouwe, vrijgevochten Austen aan bod alsook een geromantiseerde versie van haar ontmoetingen met Lefroy.

Jane Austen was een literair fenomeen die dankzij haar pen en de steun van haar familie ontsnapte aan de sociale druk en verwachtingen van de maatschappij en ons een onverhulde blik in de (adellijke) tijdsgeest van toen toont.

© Debby Van Linden
* Jane verloofde zich, doch brak deze snel erna af.

Bronnen:

Artikel: ‘How social media helped me to get Jane Austen on the ten pound notes’, 11 april 2015, The Gardian.

Tomalin, C. Jane Austen, a life. Vintage books, 1999.

Ons herstorisch lichaam: de ‘bloody days’ als erf-goed (1)

Een blogstukje wijten aan één van de natuurlijkste processen, het leek me een kwestie van een kleine periode van studiewerk. Het draaide echter anders uit: een proces van enkele weken, met bijhorende emoties en omwentelingen, kondigde zich aan…

Het begin…

Er waren weinig boeken te vinden over menstruatie en daarin kwam dezelfde onderwerpen aan bod: de biologische zijde van de cyclus (hormonenpieken-en dalen), ‘ziekten’ als PMS* en menstruatiepijn waarbij adviezen of medicinale oplossingen werden opgesomd en ‘hygiënische produkten’ (o.a. maandverband). In bepaalde werken was plaats voor een aantal getuigenissen over hoe meisjes hun menarche -de eerste menstruatie- hadden doorgemaakt: een mix van negatieve ervaringen, tekort aan informatie of enkel nadruk op opvangmogelijkheden zoals maandverband, de waarschuwing ‘nu oppassen voor de jongens!’, pijnlijke stiltes en occasioneel een feestgebeuren, veelal met moeder als bondgenote (‘Je bent nu een groot meisje!’). Een duik in de geschiedenis maakte me niet vrolijker: menstrueren werd beschouwd als een vloek of, in het beste geval, een zwakte en bloedende vrouwen waren ofwel zeer gevaarlijk voor het dorpsleven (wegens ‘onrein’), de mayonnaisebereiding en andere culinaire gerechten (gegarandeert een mislukking) of het humeur van de echtgenoot (deze had immers elke dag ‘recht’ op een energieke en actieve vrouw).

menstruatie

werk door Susan Dayal

Na nog enkele keren diepzeeduiken in ‘de oceaan van het bloed’ werd het me duidelijk: hier werd een (maatschappelijk/religieus) verhaal verteld met als thema’s ‘pijn’, ‘vernedering’, ‘verlies’, ‘schaamte’, ‘ziekte’ en ‘onreinheid’. Ik vond nauwelijks informatie over de psychische invloed(en) van de menstruatiecyclus, (positieve) overgangsrituelen, een foto van menstruatiebloed of andere constructieve informatie in mijn eigen cultuur: wat was er hier toch aan de hand? Net op dat moment verscheen de wereldwijde hetze rondom de foto’s van Rupi Kaur, een kunstenares/studente die zichzelf en haar zus al bloedend op foto vastlegde. Deze kwestie maakte het overduidelijk: menstruatie(bloed) was -nog steeds- taboe…

Ik kon het hier echter niet bij laten… ik wilde Herstory, erfgoed!

© Debby Van Linden

* PMS staat voor ‘Pre-menstueel syndroom’: een symptomencluster van klachten – met o.a. ‘agressie’ en ‘acné’ – die enkele dagen voor de menstruatie optreedt. De ‘ontdekking’ van PMS dateert van de jaren ’50.

Goddellijk én vrouwelijk: Baubo en de genezende schaterlach

U bent, vrouw zijnde, met één of meerdere vriendinnen bij elkaar op bezoek of samen erop uit en jullie delen een aantal verhalen over recente gebeurtenissen – over de thema’s ‘sexualiteit’, ‘mannen’ en/of ‘kinderen’. Op een bepaald moment proesten jullie het uit in een hilarische schaterbui van een aantal minuten. Even naar elkaar kijken geeft aanleiding tot een nieuwe, genotsvolle lachbui waarbij de tranen over jullie wangen rollen en minstens één van jullie de woorden ‘ik plas bijna in mijn broek’ laat vallen. Als de lachbui na een tijdje afgezwakt is, voel jullie de weldadige invloed ervan: de aanwezigheid van een warm geladen, levenslustig en vrolijk gevoel. Herkenbaar?

baubotekening

De godin Baubo verpersoonlijkt deze helende vrouwenkracht: we heffen symbolisch ‘onze rok’ op en vertellen onverbloemd onze ervaring. In een cultuur waar gevoelens delen als ‘zwak’ wordt aanzien en ons vertrouwen weleens geschonden werd, is het delen van onze meest persoonlijke verhalen niet altijd makkelijk. Als we toch ‘durven en doen’, merken we vaak een grote herkenbaarheid op van andere vrouwen, die op hun beurt aangestoken zijn en ook ‘hun rok’ optillen. Baubo verpersoonlijkt de helende kracht van gedeelde vrouwenverhalen waarbij het effect van een lachbui overeenkomt met het weldadige gevoel vlak na een orgasme. Bij beide staat onze yoni* centraal, de kern van ons vrouw-zijn. Baubo geeft ons onverbloemd vrouwelijk plezier, levenslust en de ongeremde lach, tevens ook de ‘gut feeling‘ – ook wel ‘intuïtie’ of ‘buikgevoel’ genoemd.

© Debby Van Linden

*De term ‘vagina’ wijst slechts op een deel van de vrouwelijke geslachtsorganen. Mijns inziens is de Indische benaming ‘yoni’, als woord voor het gehele gebied, mooier en toont het de respectvolle manier waarop deze (tantra)geschriften de vrouw en haar organen benaderen.

Bronnen: Cl.P.Estes: ‘De omtembare vrouw’. en Bolen J.Sh. ‘Godinnen in elke vrouw’.

Julia Margaret Cameron (1815-1879): herstorisch rolmodel

In het Museum voor Schone Kunsten te Gent loopt momenteel de fototentoonstelling van pioneer-fotografe Julia Margaret Cameron. Deze vrouw was in de 19e eeuw bekend vanwege haar Victoriaanse, geromantiseerde en bewust wat wazig gemaakte stijl van fotograferen.

Cameron ging op onconventionele wijze te werk: ze liet mannelijke figuren door vrouwen verbeeldden. In ‘De engel aan het graf’ bijvoorbeeld, vanuit de Bijbel een man die aan het graf van Christus verscheen na zijn herrijzen, liet zij een vrouw in die rol poseren – gedurfd! Ze stelt met haar portretten van herstorische kennis te getuigen: ze plaatste haar vrienden, familie en huispersoneel voor haar camera als o.a. Sappho, Hypathia van Alexandrië en de Vestaalse maagden. Voorts brengt ze taferelen uit de Arthurlegende tot leven. Het massale portret van haar nicht Julia Jackson (moeder van Virginia Woolf) met vastberaden blik, hangende bij binnenkomst van de tentoonstelling, is er één van pure vrouwenkracht.

juliajackson

Portret van Julia Jackson door Cameron (1867) – kaartje, verkregen bij de balie van het MSK Gent.

Korte herstorische biografie

Cameron kreeg in 1863, 48 jaar oud zijnde, een kado van haar dochter: een fototoestel. Vanaf dan zal ze gepassioneerd en begeesterd werken aan composities en ideeën vastleggen. De beeldhouwer en schilder G.F. Watts zorgde in hun vriendschapsband voor ondersteuning en bracht inspiratie aan, wat zij enorm waardeerde. Behalve bevlogen, was Cameron ook slim: de rechten op haar foto’s liet ze vastleggen waardoor het grootste gedeelte van haar werk is bewaard gebleven. In haar netwerk bevonden zich talloze invloedrijke mensen: o.a. Marianne North, botanische schilderes en Charles Darwin, naturalist. Haar contact met Henry Cole, toenmalig directeur van het South Kensington Museum te Londen (nu het Victoria and Albert Museum), zorgde voor een expositie, bracht geld in het laatje en leidde tot een groter netwerk. Cameron heeft ongeveer 11 jaar gefotografeerd (wat redelijk kort is), doch met een bezieling die van haar werk afspat.

Haar tentoongesteld werk bezoeken was voor mij intens genieten van pure, herstorische kracht en bezieling! Ik wens u hetzelfde toe qua ervaring!

De expositie is tot 14 juni 2015 te bezoeken, alle info tref je hier aan.

Bron: bezoekersgids MSK Gent en eigen notities, tentoonstelling J.M. Cameron: 15/03/’15.