Het deksel van de beerput… en nu?

Elke vrouw heeft minstens éénmaal in haar leven seksueel geweld door een man ervaren. Doorheen de geschiedenis zijn er verschillende golven en golfjes geweest die dit thema op de agenda zetten. Sinds de sluwe bespeling van de media via en zijn gekozen slachtofferrol, zette Bart De Pauw een mediacircus in gang. Vlaanderen reageert, en hoe…

De feiten

Feit: wij leven in een patriarchale samenleving. Concreet gevolg: elke vrouw wordt, elke dag, hetzij psychisch hetzij mentaal hetzij lichamelijk, verkracht. Ja, élke dag. Elk reclamebord waarin een vrouwenlichaam als koopwaar wordt voorgesteld, elke seksueel misplaatste opmerking, elke ‘het is maar om te lachen’-opmerking van een man over het lichaam of de houding van een vrouw, elke vrouw die niet veilig is in haar eigen huis wegens een man die haar mishandeld, elke vrouw stapt ‘s avonds laat alert over straat, elke vrouw die uit de geschiedenisboeken gewist werd en word,… deze feiten hebben een naam: verkrachtingscultuur. De boodschap naar vrouwen luidt duidelijk: ‘u bent tweederangsburger, geen mens, uw leven hangt af van de goodwill van de man(nen) om u heen.’ Vrouwen die durven te spreken hierover, worden via allerlei tactieken het zwijgen opgelegd: sociale uitsluiting, uitlachen, ‘gek’ verklaard of… nogmaals verkracht. Wij groeien op in deze verkrachtingscultuur zoals een vis in het water zwemt, we vinden dat ‘normaal’. Tel de vrouwen die u kruist bij het halen van uw krant of op weg naar uw werk: elke vrouw wikt en weegt haar veiligheid in contact met u, omdat u man bent en zij weet dat ze gezien wordt als een seksobject. Vlaanderen, wat gaat u doen?

seksueel-misbruik

Vrouwen, soms met hulp van mannen, hebben deze nachtmerrie altijd al aangeklaagd, erover gesproken, acties gehouden,… doch de beerput bleef dicht. De mediagekte die Bart De Pauw veroorzaakte, bracht het onderwerp naar boven. Vrouwen durfden een zoveelste keer tegen het deksel van de beerput duwen, deze keer schoof het deksel echt opzij, net door de sluwe, tactische slachtofferrol van een aangeklaagde man. Vlaanderen, wat gaat u doen?

De keuze

Verandering kan enkel gebeuren als vrouwen, ten eerste, geloofd worden. De VRT gaf daar blijk van, een vooruitstrevende houding. Verandering kan enkel stand houden als mannen, zeker zij die invloed en macht hebben, een voorbeeld stellen in woorden en gedrag én die macht gaan delen tot afstaan. Vrouwen klagen de verkrachtingscultuur aan, beetje bij beetje en herhaaldelijk, u als man hebt de keuze dit ernstig te nemen.

Dus, nogmaals, Vlaanderen, wat gaat u doen? U daar, man, wat gaat u doen? Welk voorbeeld stelt u? Wat gaat u doen met het deksel van de beerput?

copyright: Debby Van Linden

Advertisements

‘Hidden figures’: ‘erased women’?

Katherine Johnson (1918), Dorothy Vaughan (1910-2008) en Mary Jackson (1921-2005): deze drie vrouwen staan centraal in de film ‘Hidden figures’. Johnson, uit de groep zwarte vrouwen onder leiding van Vaughan, neemt als wiskundig genie de berekeningen voor de trajectanalyses voor de eerste menselijke ruimtevlucht in mei 1961 op zich. Het meest bekend wordt ze als ze, op vraag van astronaut John Glenn de controleberekeningen van de computer aan de hand van haar eigen intelligentie en een rekenmachine nakijkt ter lancering van de orbitale vlucht om de aarde. Voor haar onmisbare prestaties kreeg ze de ‘Medal of Freedom’ uit handen van voormalig president Obama. In ‘Hidden figures’ wordt haar topbijdrage ruim naar voren geschoven.

Dorothy Vaughan schoof niet enkel Katherine naar voren, zelf was ze de eerste vrouwelijk Afro-amerikaanse leidinggevende bij de NASA. Haar groep bevatte bij aanvang enkel zwarte, vrouwelijk onderzoeksters. Ze stimuleerde elk teamlid en onderhandelde met andere afdelingen voor loonsverhoging en promotie voor elk al dan niet tijdelijk overgeplaatst groepslid. Zelf was ze de NASA-experte in de FORTRAN-materie, een computerprogrammeertaal. Jackson werkte als wiskundige in de groep van Vaughan. Als ze bij het team onder leiding van Kazimierz Czarnecki komt ter onderzoek naar de constructie van windtunnels, moedigt hij haar aan extra lessen te nemen en zo de titel van ingenieur te krijgen. Als zwarte vrouw heeft ze echter de toelating van haar stad nodig. Jackson verkreeg de toestemming van Hampton, vervoegde de ‘witte-mannen’ avondlessen, behaalde haar titel in 1958 en werd zo NASA’s eerste vrouwelijke, zwarte ingenieur.

‘Hidden Figures’ toont de realiteit waar de wetenschapsters mee te maken krijgen: seksisme, racisme en de normgeving van de blanke, tot de middenklasse behorende man.

Alhoewel deze film een sterk bijdrage en eerbetoon vormt aan de erkenning van deze vrouwen, blijft de vraag waarom we over hen nu pas iets te weten komen. Het reguliere onderwijs en haar geschiedenisboeken blijven ver achter op de realiteit. Zijn deze vrouwen echt ‘verborgen’ of zijn ze uit de algemene geschiedenis gewist?* Had de film niet beter ‘Erased Figures’ genoemd?

*Bij de NASA zelf zijn vrouwen wel erkend en ruim bekend, net als, bij de Amerikaanse Defensie, voorgangster Ada Byron.

Bron:

film ‘Hidden Figures’

https://www.nasa.gov/modernfigures

De Flappers: vrouwen fladderen naar vrijheid in 1920

Emancipatie van de vrouw enkel in de eerste en tweede feministische golf? Geloof het niet: revolutie, klein of groot, is van alle tijden,… maak kennis met ‘De Flappers’, vrouwen die ‘onbeleefd’ waren én hun sporen nalieten op mode- en make-upstijl. Hun verhaal is echter, zoals zo vaak, weinig bekend…

Tijdsperiode

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, rond 1920, breekt in Amerika een periode van verandering aan voor vrouwen: tijdens de oorlog hadden ze én werk én een inkomen én begonnen ze kortere rokken te dragen: deze identiteitsvormende vrijheden gaven ze niet zomaar af. Ze verwierven stemrecht, gingen naar de universiteit, behielden hun werk, namen actief de bestuurdersplaats van de auto in en bouwden een nieuwe levens- en kledingstijl uit: maak kennis met de Flappers…

Levensstijl en klederdracht

Deze vooral jonge vrouwen gingen in tegen de normen van ‘een fatsoenlijke vrouw’:het Victoriaanse model schreef ‘damesgedrag’ en ‘dameskledij’ voor, beter bekend als het patriarchale beeld van de zedige, non-seksuele en in een corset gestoken vrouw met opgestoken lokken die zich van top tot teen bedekt alsook nooit haar mond roert en als grootste droom heeft kinderen op te voeden. De Flappers eigenden zich gebruiken en een uiterlijk toe dat in de ogen van de tijdsgeest ‘ongehoord’, ‘ongezien’ en ‘onbeleefd’ was. Hun kledij toonde hun enkels, onderbenen en knieën, ze rookten, dronken, dansten breed en voluit in jazz-clubs en geneerden zich geen moment hierom. Ze vierden hun seksuele vrijheid door zelf op mannen af te stappen in plaats van ‘tot het huwelijksbed te wachten’*.

women_in_the_1920s_-_flat_rock_org

Flappers: herkenbaar aan hun benentonende rokken, lage heuplijn in hun jurkmodel en de geflapte of helmvormige hoed.

Naast de typische kledingstijl, vanuit de Verenigde Staten overwaaiende naar Europa, hadden deze vrije vrouwen een nieuwe haar-en make-upstijl op poten gezet: een korte bob (klassiek of warrig), zwaar aangezette ogen boven dunne wenkbrauwen en even dunne lippen. De vooroorlogse uitvinding van mascara, rouge en andere make-upprodukten vond een (commerciële) uitweg via hen en beroemde filmactrices zoals Clara Bow, Marie Prevost en Josephine Baker.

claraBow

Actrice Clara Bow in de film ‘Rough Hose Rosie’ (1927) met het typische Flapper-uiterlijk.

De Flappers bouwden een eigen taal uit (met bv.’handcuff’ -‘handboei’- als ‘slang’ voor een verlovingsring) en hadden een eigen tijdschrift: ‘The Flapper’.

Flapper-knees

Scan uit het ‘Flapper’-tijdschrift waarin duidelijk wordt dat mannen problemen hadden met vrouwen die hun knieën toonden.

Coco Chanel integreerde de Flapper-kenmerken in haar kledij en werd beroemd vanwege het op de markt brengen van de ‘chemise’, een losse jurk naar aangepast ontwerp van Madeleine Vionnet, waarin vrouwen stijl en ruimte hadden om in te dansen (de Charleston was toen ‘het van het’).

De kiem en ontwikkeling van het woord ‘Flapper’ blijft gehuld in de mist. Bij het reeds in gebruik zijn van de naam, claimde F. Fox Fitzgerald, man van beroemde schrijfster Zelda Fitzgerald, haar tot ‘eerste, Amerikaanse Flapper’, alweer een man die zich de levensstijl van vrouwen tracht toe te eigenen. De Flappers ‘verdwenen’ door het aanbreken van een nieuwe economische crisis, de Wall Street Crash.

*Dit gedrag werd door de patriarchale bril als ‘prostitutie’ gezien. Het figuurtje ‘Betty Boop’ is op basis van deze mannelijke ‘Flapper’-interpretatie ontworpen.

© Debby Van Linden

Gourley, Kathleen (2007). Flappers and the New American Woman: Perceptions of Women from 1918 Through the 1920s. Twenty-First Century Books, Minneapolis, USA.

De patriarchale mist rondom Maria Magdalena

‘Het is me duidelijk dat je dwars doorheen de onzin en vijandigheid die het denken en schrijven over Maria Magdalena kenmerkt, heen moet ploegen om een paar beelden, scherven en fragmenten te vinden die in de troep glinsterend oplichten.’

Mary Gordon

Ze is dé vrouw die doorheen de eeuwen in verschillende hokjes werd gestopt, qua betekenissen en invullingen werd gemanipuleerd en misbruikt: geëtiketteerd als hoer, muze, godin, predikster, mevrouw jezus, boetvaardige zondares,..Sinds de ‘Da Vinci code’ in boek- en filmvorm uitkwam, werd ze daarbovenop tot ‘de graal’, zijnde babymachine, gebombardeerd. Maria Magdalena werd ‘business’: de verkoop van boeken, het toerisme rondom pelgrimstochten in de Franse streken zoals Vézelay,… brachten veel geld in het laatje. Ze is vooral de vrouw die we willen dat ze is… Maar kunnen we een vrouw, en dan specifiek zij, doorheen onze aangeleerde ideeën ook als onafhankelijke entiteit zien? 

In handen van mannen

Paus Gregorius I besliste, niet lang na de benoeming van het christendom als staatsgodsdienst, Maria Magdalena tot boetvaardige hoer te verklaren en te stellen dat jezus bij haar zeven demonen had uitgedreven. Dertien eeuwen later, in 1969, wordt dit etiket op hetzelfde niveau als ‘niet waar’ verklaard. Wie Maria Magdalena dan wél was, wordt niet gezegd: haar identiteit wordt niet prijsgegeven. Ondertussen is het beeld van Maria Magdalena als ‘zondares’ wél in ons collectieve herinnering geplaatst en zien we op schilderijen deze vrouw op haar knieën voor de man, haar patriarchale plaats. In de ‘Da Vinci code’ draait het verhaal om deze vrouw als ‘de graal’: zouden er afstammelingen van jezus bestaan? Deze vraag als leidraad reduceert haar tot ‘mevrouw jezus’, opnieuw een identiteit die gebonden wordt aan een man, opnieuw wordt een vrouw gebruikt om stil te staan bij een man. Blijkbaar zijn het zijn kind(eren) die tellen, niet ‘haar’ en niet ‘hun’ kind(eren)…

mm.jpg

Let’s turn the tables…*

Het verhaal van de schepping waarop de kerk zich baseert vat zich kort samen: de vrouw is verantwoordelijk voor de zonde die we allen dragen, zij wordt als ‘slecht’, ‘minderwaardig’ en ‘schuldig’ gelabeld en dus noodzakelijk ‘onder controle van mannelijk gezag’ geplaatst. Dé ultieme verlosser, in de vorm van een man als autoriteit, duikt echter op en stierf in naam van al onze zonden als mensheid. Hiervoor wordt wél eeuwige dankbaarheid, aanbidding en blindheid naar dogma’s, verhalen in een boek als ‘onaantastbaar’ beschouwende en ‘respect’ naar posities verwacht. Stel dat er geen zonde bestaat? Stel dat de vrouw niet als ‘zondig’ gelabeld wordt? Dan hebben we ook geen ‘verlosser’ nodig, geen instituut dat zich hierop baseert, geen ‘duivels’ en ook geen ‘ketters’, geen absurde constructie van Maria als dienende moeder (ontdaan van alle passie en seksualiteit), en geen beeld van Maria Magdalena als lege huls voor patriarchale opvulling…

Doorheen alle hypotheses die Maria Magdalena in de bijrol houden, plaats ik haar graag in de hoofdrol**, als vrouw met een eigen identiteit. Zij kende het ‘Al’, behield haar eigen naam (waar andere vrouwen in hun naam hun relatie met hun echtgenoot aanduiden), had kennis van gnosis en wijdde jezus in, één van haar trouwe volgelingen. Bij zijn inwijdingsprocessen begeleidde ze hem, was ze noodzakelijk aanwezig: een ritueel avondmaal als voorbode van het sterven van zijn ego, zijn ‘herrijzenis’ als stap naar een nieuwe inwijding,… Zij had kennis van seksualiteit: niet in de beperkte definitie van slechts genitale activiteit, wél van ‘hiëros gamos’, van ‘passie/leven, doodgaan en wederopstaan’: speelsheid, enthousiasme, verbindende en verdiepende stilte, van hartelijkheid, assertiviteit, heilige en kwade woede en verdriet uitende, authenticiteit dragende, … al dan niet met een (seksuele) partner. Samengevat: mens zijnde. Zij was één van de zovele priesteressen van de pré-christelijke samenleving: zij had geen boodschap aan de dualistische en hiërarchische opdeling ‘goede vrouw’ (echtgenote/gelabeld als ‘privé-bezit van man’) versus ‘slechte vrouw’ (prostituée/ gelabeld als ‘publiek bezit’), had haar eigen identiteit waarbij ze deze absurde opsplitsing achter zich liet.

Heb ik het bij het rechte eind? Niet noodzakelijk. Geef ik een nieuwe invulling? Mogelijk. Is dit mijn streven? Wederom ‘mogelijk’. Ik weet wel dat alles wat over vrouwen en hun levens verborgen wordt gehouden in de ‘grote stilte’ van de geschiedenis, wijst op een grote angst voor bewustwording van vrouwen: een vrouw die weigert ‘de Ander’ te zijn…

© Debby Van Linden

* Gebaseerd op Mary Daly’s stellingname dat patriarchale verhalen vaak  omkeringen zijn van het originele.

** Door dit te doen, loop ik grote kans het gedachtegoed  ‘mannenhaatster’, feminazi’, ‘u vind vrouwen beter dan mannen’, e.d. gelabeld te krijgen: invullingen op  basis van een cultureel denken dat een vrouw niet op zichzelf een identiteit kan hebben, enkel mannen hoofdrollen kunnen vervullen en een man onder leiding van een vrouw sowieso hiërarchie betekent met de man als onderdanige.

Bronnen:

Burnstein, D. Geheimen van Maria Magdalena. Servire, Den Haag, 1995.

Daly, M. Voorbij God de vader. De Horstink, Amersfoort, 1983.

Slavenburg, J. Het evangelie van Maria Magdalena. Ankh-Hermes bv, Deventer, 1995.

Van Dijk, D. Maria Magdalena, vrouw naast jezus. Christofoor, 2012.

Van Huffelen, C. Maria Magdalena en de schijn-heiligen. Bet-Huen, 2006.