Op zoek naar de wijze vrouw… (2)

Het zoeken naar de ‘wijze vrouw’ bleef me bij, sluimerde, zocht me op, leek dan weer ver weg doch was steeds dichterbij dan ik kon vermoeden…

Weggesneden rituelen, ontstolen informatie

Hoe meer ik de scherven van verhalen en rituelen bestudeerde alsook kritischer keek naar mijn eigen cultuur en de uitgedragen waarden naar vrouwen toe, hoe meer ik merkte dat mijn ‘schreeuw naar de wijze vrouw’ als nood en honger* werd gezien als normafwijkend. De weg gaande werd me duidelijke dat net mijn zoeken mijn grootste kracht en leidend kenmerk was.

Deze zaken vielen me op:

  • de medische wereld deelt de vrouwelijke hormonenbalans in twee fasen in: ‘menstruatie’ en ‘overgang’ met zwangerschap als ‘speciale situatie’. Tussendoor veranderen er echter meerdere zaken: rond je 35e neemt de hoeveelheid  progesteron langzamerhand af. Alle hormonen en hun ‘schommelingen’ hangen samen met ons immuumsyteem, stressverwerking, omgevingsfactoren,… Ik besloot me hierin meer te verdiepen.
  • de gehoorzaamheidscultuur werd me meer en meer duidelijk: ons wordt geleerd ‘nieuw’ en ‘innovatief’ te zijn, zich weerspiegelende in vacatureprofielen en reclames. Deze vraag naar ‘innovatie’ en ‘creativiteit’ baadt zogezegd in een cultuur voor nieuwe en vooruitstrevende ideeën.  In de praktijk zag ik  voortzetting van dezelfde ideeën, dezelfde produkten in een nieuwe verpakking. Er waren weinig plekken waar de woorden écht de praktijk ontmoetten.

Afbeeldingsresultaat voor wijze+vrouw

  • transformatiefasen: rondom me zag ik dat vrouwen rond de 30/35 à 40 jaar een gedaantewissel meemaken: ze wierpen een groot aantal beperkende normbeelden van zich af, gingen volledig voor een bepaald doel en konden zich beroepen op een pak ervaring, vergaard tijdens hun ‘jonge jaren’. Net op die leeftijd worden van de televisie onttrokken en zijn ze maatschappelijk ‘op retour’. Ik zag dat ze zich net dan onttrekken aan het normbeeld van de patriarchale maatschappij, een eigen innerlijk tempel creërende (een punt van stilte om naar het eigen leven te kijken), zelfvertrouwen ontwikkelden en versterkten. Net wanneer ze karakter begonnen te ontwikkelen, werden ze aan de kant geschoven. Hun zoeken, nu de overgangen en herkenningspunten er niet meer zijn, werd gepsychologiseerd als ‘depressie’ en ‘burn out’. Net wanneer vrouwen niet meer te manipuleren zijn, worden ze aan de kant geschoven. Waar vrouwen van elkaar gescheiden worden, kennis weggebrand is én het taboe om over ‘zwaktes’ en ‘vragen’ te praten, doet zich een leegheid, een uitholling voor.

Mijn ‘wijze vrouw’-zoeken, besefte ik, was nog maar net begonnen…

*ook gekend als ‘matrilineaire lijnen van inwijding’

De afgelopen maanden weerspiegelen een intense periode. Dank aan iedereen die links en rechts een tip, luisterend oor en/of opvang verschafte.

Bronnen:

Sölle, D. Mystiek en verzet. Ten Have b.v., Baarn, 1998.

Estés, Cl. P. De ontembare vrouw. Altamira, Haarlem, 1997.

© Debby Van Linden

Advertisements

De Flappers: vrouwen fladderen naar vrijheid in 1920

Emancipatie van de vrouw enkel in de eerste en tweede feministische golf? Geloof het niet: revolutie, klein of groot, is van alle tijden,… maak kennis met ‘De Flappers’, vrouwen die ‘onbeleefd’ waren én hun sporen nalieten op mode- en make-upstijl. Hun verhaal is echter, zoals zo vaak, weinig bekend…

Tijdsperiode

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, rond 1920, breekt in Amerika een periode van verandering aan voor vrouwen: tijdens de oorlog hadden ze én werk én een inkomen én begonnen ze kortere rokken te dragen: deze identiteitsvormende vrijheden gaven ze niet zomaar af. Ze verwierven stemrecht, gingen naar de universiteit, behielden hun werk, namen actief de bestuurdersplaats van de auto in en bouwden een nieuwe levens- en kledingstijl uit: maak kennis met de Flappers…

Levensstijl en klederdracht

Deze vooral jonge vrouwen gingen in tegen de normen van ‘een fatsoenlijke vrouw’:het Victoriaanse model schreef ‘damesgedrag’ en ‘dameskledij’ voor, beter bekend als het patriarchale beeld van de zedige, non-seksuele en in een corset gestoken vrouw met opgestoken lokken die zich van top tot teen bedekt alsook nooit haar mond roert en als grootste droom heeft kinderen op te voeden. De Flappers eigenden zich gebruiken en een uiterlijk toe dat in de ogen van de tijdsgeest ‘ongehoord’, ‘ongezien’ en ‘onbeleefd’ was. Hun kledij toonde hun enkels, onderbenen en knieën, ze rookten, dronken, dansten breed en voluit in jazz-clubs en geneerden zich geen moment hierom. Ze vierden hun seksuele vrijheid door zelf op mannen af te stappen in plaats van ‘tot het huwelijksbed te wachten’*.

women_in_the_1920s_-_flat_rock_org

Flappers: herkenbaar aan hun benentonende rokken, lage heuplijn in hun jurkmodel en de geflapte of helmvormige hoed.

Naast de typische kledingstijl, vanuit de Verenigde Staten overwaaiende naar Europa, hadden deze vrije vrouwen een nieuwe haar-en make-upstijl op poten gezet: een korte bob (klassiek of warrig), zwaar aangezette ogen boven dunne wenkbrauwen en even dunne lippen. De vooroorlogse uitvinding van mascara, rouge en andere make-upprodukten vond een (commerciële) uitweg via hen en beroemde filmactrices zoals Clara Bow, Marie Prevost en Josephine Baker.

claraBow

Actrice Clara Bow in de film ‘Rough Hose Rosie’ (1927) met het typische Flapper-uiterlijk.

De Flappers bouwden een eigen taal uit (met bv.’handcuff’ -‘handboei’- als ‘slang’ voor een verlovingsring) en hadden een eigen tijdschrift: ‘The Flapper’.

Flapper-knees

Scan uit het ‘Flapper’-tijdschrift waarin duidelijk wordt dat mannen problemen hadden met vrouwen die hun knieën toonden.

Coco Chanel integreerde de Flapper-kenmerken in haar kledij en werd beroemd vanwege het op de markt brengen van de ‘chemise’, een losse jurk naar aangepast ontwerp van Madeleine Vionnet, waarin vrouwen stijl en ruimte hadden om in te dansen (de Charleston was toen ‘het van het’).

De kiem en ontwikkeling van het woord ‘Flapper’ blijft gehuld in de mist. Bij het reeds in gebruik zijn van de naam, claimde F. Fox Fitzgerald, man van beroemde schrijfster Zelda Fitzgerald, haar tot ‘eerste, Amerikaanse Flapper’, alweer een man die zich de levensstijl van vrouwen tracht toe te eigenen. De Flappers ‘verdwenen’ door het aanbreken van een nieuwe economische crisis, de Wall Street Crash.

*Dit gedrag werd door de patriarchale bril als ‘prostitutie’ gezien. Het figuurtje ‘Betty Boop’ is op basis van deze mannelijke ‘Flapper’-interpretatie ontworpen.

© Debby Van Linden

Gourley, Kathleen (2007). Flappers and the New American Woman: Perceptions of Women from 1918 Through the 1920s. Twenty-First Century Books, Minneapolis, USA.

Patriarchale oogkleppen en Alzheimer: ‘Voor God en geld’ stelt ten diepste teleur

Kritische reflectie over ‘Voor God en geld’ – Caermersklooster Gent:

De tentoonstelling pretendeert een overzicht te geven van de Middeleeuwse mens tot de periode van de Franse Revolutie, als invloedsbron op het Vlaanderen van vandaag. Het geheel presenteert zich d.m.v. verschillende thema’s zoals ‘religie’, ‘economie’,…

De inhoud en presentatie schieten echter schromelijk en onintelligent tekort: de tentoonstelling schetst een verhaal vanuit een patriarchaal standpunt, zijnde de man als mens en norm en een foutieve en ondoordachte opvatting over feminisme.

  • in het gedeelte over de Middeleeuwse stad en economie gaat het over ‘boerenzonen die naar de stad trokken en een handel opstarten’: op de schilderijen merken we duidelijk vrouwen die handel drijven (koopvrouwen), zowel alleen als met een man aan hun zijde. Hieruit blijkt een tekortschietende tekst/audiogids in vergelijking met de schilderwerken.
  • het religieuze gedeelte spreekt over ‘heiligen’ en haalt Blasius aan, terwijl de audiogids en tekst van het triptiekgedeelte de heilige Catharina, één der ‘topheiligen’ in de Middeleeuwen, negeert. Waarom mocht Catharina, intelligent en wijs, niet aan bod komen?
  • de burger blijkt enkel een man te zijn die ‘zijn zuurverdiende centen spendeert aan de meisjes van plezier’: de helft van de mensheid wordt niet vernoemd
  • de van oorsprong mystieke beweging bij uitstek die in de Middeleeuwen werd neergezet en maar liefst 800 jaar heeft bestaan en heden nog getuigt via de prachtige, UNESCO-erkende hoven, de begijnen, blinken hier in afwezigheid!
  • twee portretten, geschilderd door Pieter Pietersz, geven een man weer die vrouwentaken uitvoert, zijnde o.a. spinnen. De audiogids vertelt me dat dit ‘spotten met mannen’ iets is voor ‘feministen allerhande, verenig u!’ Het opzoekwerk over feminisme schiet hier ernstig tekort: feminisme gaat over (toegang tot) gelijke machtsverdeling en rechten, niet over spot. De tijdsperiode van deze werken kenmerkt zich trouwen door spot van vele zaken en mensen, niet uitsluitend van mannen.
  • Huts, sponsor van deze tentoonstelling, vind in het naaktschilderij van Dame Fortuna (en vinden we er niet veel Venus-elementen in terug?) de tentoonstelling terug: de patriarchale, oneerbiedige toon geeft het startpunt aan. Teleurstellend dat prof. Van Cauteren haar eigen soortgenoten in de Middeleeuwen en deze van ‘nu’ met grandeur in de steek laat.

De mannelijke ‘god en geld’ viert hier hoogtij, net als oppervlakkigheid en patriarchale geschiedenis waarin de vrouw en haar bijdragen ‘vergeten’ worden…

© Debby Van Linden

 

La Befana: herstorische legende – herstorical legend

(In English: croll down, please.)

Vandaag is het in Italië ‘La Befana’, een dag waarnaar vooral kinderen uitkijken: afhankelijk van hun gedrag zal La Befana hen belonen met een bepaald soort snoep: gekleurd zoet voor de ‘brave’ kinderen en ‘kool’ voor de ‘stoute’ kinderen.

labefanabeeldjekerstboom

La Befana is duidelijk een verhaal en feestdag afkomstig vanuit de voorchristelijke religies, gemengd met de christelijke religie en ‘aangepast’ aan het denken over een vrouw als figuur die gevierd wordt. La Befana wordt, afhankelijk van de legende die je leest, ofwel een ‘goede vrouw’ ofwel een ‘slechte vrouw/heks’: in de ‘goede versie’ wordt ze een oude, lieve en naïeve vrouw genoemd die met haar enorme geheugen alle fratsen en goede daden van kinderen kan onthouden en hen in overeenstemming hiermee beloont of bestraft. Kijken we naar de andere legenden, merken we een gefrustreerde, lelijke en domme vrouw die door haar weinige verstand nu elk kind voor de ‘redder’ aanziet en snoep brengt.

La-Befanavoordehaard

La Befana raadpleegt haar boek alvorens naar het volgende huis te vliegen.

Hierbij leggen we het dualisme aan de kant en kiezen we voor de ‘derde weg’*: die elementen die van La Befana een toffe, wijze vrouw maken. La Befana vraagt aan kinderen om de avond van vijf januari een glas wijn en een kleine hoeveelheid voedsel klaar te zetten. Als wedergift, rekening houdende met hun gedrag, legt ze snoep neer: gekleurd zoet met een paar kleine blokjes ‘kool’ (zwart snoep, vaak met anijssmaak), daar niet iedereen perfect ‘braaf’ is. Opblijven en door het sleutelgat loeren om La Befana te zien, zal je niet lukken: ze komt dan heel stil achter je en tikt je met haar bezemsteel aan zodat je opschrikt en snel naar je slaapkamer rent. Alvorens ze het huis verlaat, veegt ze alle sporen van haar komst weg, op het snoep na.

babajaya

De ‘Baba Yaga’ uit het sprookje ‘Vasalisa’ (Rusland)

Bij bestudering van de legendes van deze Italiaanse vrouw, viel me de overeenkomst met de legende van de Russische ‘Baba Jaya’ (een heks die, in het bos wonende, rondvliegt) alsook met de heks uit ‘Hans en Grietjes’ op én is de vergelijking met ‘Vrouw Holle’ niet veraf.

Felice La Befana!

*De ‘derde weg’ is ontleent aan de wijze vrouwen, begijnen genoemd. In ‘denken’ betekent het niet gaan voor het dualistische ‘goed’ (de eerste weg of keuze), alsook niet voor ‘slecht’ (de tweede weg of keuze), wel voor de ‘derde weg’: een gezond en voedend beeld.

Today in Italy people celbrate ‘La Befana’. Especially children are looking forward to this day because, depending on their conduct, they will get certain candies: coloured candy fot ‘the good children’ and ‘black candy’ for the ‘bad children’.

labefanabeeldjekerstboom

La Befana is clearly a story and a day to celebrate coming from prechristian times, mixed with christian elements and in the legend of this woman the roots of our present cultural thinking  is found. Depending on the legend you’re reading La Befana appaers to be a ‘good woman’- meaning being naïve, old and sweet and with a lasting memory to know all the conduct of children so she can reward them comparing to that – or a ‘bad witch’ – a frustrated, ugly and stupid woman who thinks every child is the newborn jesus and brings them candies.

La-Befanavoordehaard

La Befana takes a short break and looks up where she needs to go next.

Now, those stories are a feature of dualistic thinking, let’s put that aside and make room for ‘the third road’*: let’s get collect all those element that make La Befana a wise and funny woman. She asks children to prepare a glas of wine and some food for her on the fifth of January. As a return, depending on their conduct, she will bring candies: coloured candies with a few black ones, because not everybody is perfectly ‘good’.

Now, if you want to stay up all night and try to get a glimpse of La Befana, she will know this: very silently she will tap you with her broom so you quickly go to your room. Before flying to the next house, La Befana will sweep away all the tracks of her visit.

babajaya

Lady ‘Baba Yaga’ from the fairy tale ‘Vasalisa’ (Russia)

Studying the legends of this Italian woman I noticed the similarities with the Russian woman called ‘Baba Yaga’ (a witch who flies around and lives in the woods) and with the with of ‘Hansel and Gretel’ and also with ‘Mother Hilda’.

Felice La Befana!

*I learned this thinking from the beguines: as ‘good’ is the first road and ‘bad’ the second (both unrealistic), we choose the ‘third road’ to make a story that is nurturing our souls as a women.

© Debby Van Linden

De patriarchale mist rondom Maria Magdalena

‘Het is me duidelijk dat je dwars doorheen de onzin en vijandigheid die het denken en schrijven over Maria Magdalena kenmerkt, heen moet ploegen om een paar beelden, scherven en fragmenten te vinden die in de troep glinsterend oplichten.’

Mary Gordon

Ze is dé vrouw die doorheen de eeuwen in verschillende hokjes werd gestopt, qua betekenissen en invullingen werd gemanipuleerd en misbruikt: geëtiketteerd als hoer, muze, godin, predikster, mevrouw jezus, boetvaardige zondares,..Sinds de ‘Da Vinci code’ in boek- en filmvorm uitkwam, werd ze daarbovenop tot ‘de graal’, zijnde babymachine, gebombardeerd. Maria Magdalena werd ‘business’: de verkoop van boeken, het toerisme rondom pelgrimstochten in de Franse streken zoals Vézelay,… brachten veel geld in het laatje. Ze is vooral de vrouw die we willen dat ze is… Maar kunnen we een vrouw, en dan specifiek zij, doorheen onze aangeleerde ideeën ook als onafhankelijke entiteit zien? 

In handen van mannen

Paus Gregorius I besliste, niet lang na de benoeming van het christendom als staatsgodsdienst, Maria Magdalena tot boetvaardige hoer te verklaren en te stellen dat jezus bij haar zeven demonen had uitgedreven. Dertien eeuwen later, in 1969, wordt dit etiket op hetzelfde niveau als ‘niet waar’ verklaard. Wie Maria Magdalena dan wél was, wordt niet gezegd: haar identiteit wordt niet prijsgegeven. Ondertussen is het beeld van Maria Magdalena als ‘zondares’ wél in ons collectieve herinnering geplaatst en zien we op schilderijen deze vrouw op haar knieën voor de man, haar patriarchale plaats. In de ‘Da Vinci code’ draait het verhaal om deze vrouw als ‘de graal’: zouden er afstammelingen van jezus bestaan? Deze vraag als leidraad reduceert haar tot ‘mevrouw jezus’, opnieuw een identiteit die gebonden wordt aan een man, opnieuw wordt een vrouw gebruikt om stil te staan bij een man. Blijkbaar zijn het zijn kind(eren) die tellen, niet ‘haar’ en niet ‘hun’ kind(eren)…

mm.jpg

Let’s turn the tables…*

Het verhaal van de schepping waarop de kerk zich baseert vat zich kort samen: de vrouw is verantwoordelijk voor de zonde die we allen dragen, zij wordt als ‘slecht’, ‘minderwaardig’ en ‘schuldig’ gelabeld en dus noodzakelijk ‘onder controle van mannelijk gezag’ geplaatst. Dé ultieme verlosser, in de vorm van een man als autoriteit, duikt echter op en stierf in naam van al onze zonden als mensheid. Hiervoor wordt wél eeuwige dankbaarheid, aanbidding en blindheid naar dogma’s, verhalen in een boek als ‘onaantastbaar’ beschouwende en ‘respect’ naar posities verwacht. Stel dat er geen zonde bestaat? Stel dat de vrouw niet als ‘zondig’ gelabeld wordt? Dan hebben we ook geen ‘verlosser’ nodig, geen instituut dat zich hierop baseert, geen ‘duivels’ en ook geen ‘ketters’, geen absurde constructie van Maria als dienende moeder (ontdaan van alle passie en seksualiteit), en geen beeld van Maria Magdalena als lege huls voor patriarchale opvulling…

Doorheen alle hypotheses die Maria Magdalena in de bijrol houden, plaats ik haar graag in de hoofdrol**, als vrouw met een eigen identiteit. Zij kende het ‘Al’, behield haar eigen naam (waar andere vrouwen in hun naam hun relatie met hun echtgenoot aanduiden), had kennis van gnosis en wijdde jezus in, één van haar trouwe volgelingen. Bij zijn inwijdingsprocessen begeleidde ze hem, was ze noodzakelijk aanwezig: een ritueel avondmaal als voorbode van het sterven van zijn ego, zijn ‘herrijzenis’ als stap naar een nieuwe inwijding,… Zij had kennis van seksualiteit: niet in de beperkte definitie van slechts genitale activiteit, wél van ‘hiëros gamos’, van ‘passie/leven, doodgaan en wederopstaan’: speelsheid, enthousiasme, verbindende en verdiepende stilte, van hartelijkheid, assertiviteit, heilige en kwade woede en verdriet uitende, authenticiteit dragende, … al dan niet met een (seksuele) partner. Samengevat: mens zijnde. Zij was één van de zovele priesteressen van de pré-christelijke samenleving: zij had geen boodschap aan de dualistische en hiërarchische opdeling ‘goede vrouw’ (echtgenote/gelabeld als ‘privé-bezit van man’) versus ‘slechte vrouw’ (prostituée/ gelabeld als ‘publiek bezit’), had haar eigen identiteit waarbij ze deze absurde opsplitsing achter zich liet.

Heb ik het bij het rechte eind? Niet noodzakelijk. Geef ik een nieuwe invulling? Mogelijk. Is dit mijn streven? Wederom ‘mogelijk’. Ik weet wel dat alles wat over vrouwen en hun levens verborgen wordt gehouden in de ‘grote stilte’ van de geschiedenis, wijst op een grote angst voor bewustwording van vrouwen: een vrouw die weigert ‘de Ander’ te zijn…

© Debby Van Linden

* Gebaseerd op Mary Daly’s stellingname dat patriarchale verhalen vaak  omkeringen zijn van het originele.

** Door dit te doen, loop ik grote kans het gedachtegoed  ‘mannenhaatster’, feminazi’, ‘u vind vrouwen beter dan mannen’, e.d. gelabeld te krijgen: invullingen op  basis van een cultureel denken dat een vrouw niet op zichzelf een identiteit kan hebben, enkel mannen hoofdrollen kunnen vervullen en een man onder leiding van een vrouw sowieso hiërarchie betekent met de man als onderdanige.

Bronnen:

Burnstein, D. Geheimen van Maria Magdalena. Servire, Den Haag, 1995.

Daly, M. Voorbij God de vader. De Horstink, Amersfoort, 1983.

Slavenburg, J. Het evangelie van Maria Magdalena. Ankh-Hermes bv, Deventer, 1995.

Van Dijk, D. Maria Magdalena, vrouw naast jezus. Christofoor, 2012.

Van Huffelen, C. Maria Magdalena en de schijn-heiligen. Bet-Huen, 2006.

Op zoek naar de wijze vrouw… (1)

Met het vorderen van de leeftijd, het verschijnen van de eerste wijsheidslijnen en de eerste zilveren haren, werd ik me meer bewust van ‘ouderdom’. En ineens was ze daar, dé vraag: ‘Welk beeld heb ik meegekregen van ‘de oude vrouw’? Was ik zelf dat beeld aan het worden? Welke rolmodellen heb ik in mijn cultuur ter beschikking?’ Ik voelde aan mijn theewater dat een nieuw onderwerp me te pakken had, dat ik ging graven, zoeken en uitpluizen tot ik zou voelen ‘ik ben er’.

‘Dé krachtige, oude vrouw’, ‘mijn oude, wijze vrouw’ waar zat ze?

crone

Een eerste bibliotheekbezoek met het onderwerp ‘ouder wordende vrouw’ stemde me triest: de boeken stonden geclasseerd bij ‘ziekte’, ‘klachten’ en/of ‘kwalen’. Was ouder worden gelijk aan ziekte? Wat ik vond, waren werken die in ofwel in de categorie ‘tips om zo lang mogelijk (er) jeugdig te blijven (uitzien)’ ofwel in de rubriek ‘medisch handboek voor gebrekkigen’ thuishoorden. Alhoewel de lichamelijke veranderingen niet te ontkennen zijn, trof het me geen enkel boek te vinden over de voordelen van ouder worden, van ‘rijpen’ en ‘narijpen’…

Ik stelde een aantal dingen vast:

  • de reguliere werken over ‘ouderdom’ zouden me niet vooruithelpen
  • de oudere vrouwen in mijn omgeving waren allesbehalve ‘oud en afgeschreven’, ze bezaten een wijsheid en levenservaring waar ik op tijd en stond graag tegenaan leunde
  • in onze cultuur staat ‘ouderdom’ op gelijke voet met ‘aftakeling’
  • in de media zie ik weinig oude(re) vrouwen: op enkele uitzonderingen na verdwijnen vrouwen van het scherm en uit de tijdschriften vanaf zo’n 35 jaar.

heks23

  • de oude vrouw in sprookjes en verhalen is per definitie oud, lelijk, kwaadaardig en listig – en dus een gevaarlijke heks (‘Hans en Grietje’) – ofwel een stiefmoeder die concurreert met haar stiefdochter vanwege haar schoonheid (‘Sneeuwitje’)
  • daar waar mannen met grijze haren in onze cultuur ‘gedistingeerd’ en ‘matuur’ worden genoemd, wordt een vrouw met het rijpen van de leeftijd ‘(sexueel) onaantrekkelijk’

Uit ervaring met het vorige thema dat aan me trok, wist ik dat de sleutel naar vrouwenkracht lag in het verder zoeken, mijn vraag naar een gezond beeld van de oudere vrouw te blijven stellen, te gaan graven in de diepte van de geschiedenis, de beelden die ik nu had in een ander licht te houden, te speuren naar symbolen, verhalen, andere culturele gebruiken en rituelen… kortom: een ‘herstory‘ bijeensprokkelen, een krachtig erfgoed dat ik vervolgens kon internaliseren.

© Debby Van Linden